
Immigratie van planten
· leestijd 2 minuten Algemeen
Door Liesbeth Rischen
Mijn broer stuurde een opname van een cicade, een soort krekel die je luidruchtig vergezelt tijdens je vakanties in het Middellandse zee gebied. “Die zit in de Provence”, dacht ik. Maar nee, het was een hete zomerdag in zijn achtertuin in Malden.
Deze zomer hebben we echt gemerkt dat ons klimaat een stukje opschuift naar het warme zuiden. In de warme vakantielanden wordt het inmiddels echt te heet, dus gaan wij liever noordwaarts en komen de zuiderburen hierheen.
Dat gebeurt ook in de planten(-en dieren)wereld: er komt van alles ons land in. Plantjes die we vijftien à twintig jaar geleden hier niet of nauwelijks zagen, komen in groten getale voor, vooral in de versteende stad. Steeds nieuwe soorten. Zolang ze de boel niet verdringen, is er niet veel aan de hand. Je kent vast wel de gehoornde klaverzuring, dat kleine roodbruine plantje dat tussen de hete stenen groeit, zich snel uitbreidt en je verleidt met gele bloemetjes. Die komt van heel ver.
Die immigratie is al heel lang gaande. Na de laatste ijstijd kwamen de planten vanuit het zuiden naar het noorden. Dat duurde wel honderden jaren. Het zaad kwam mee met de wind of in vogelpoep en kleine zoogdieren vergaten de verstopte noten. De eerstelingen noemen we de “wilde” planten, waarvan we zeiden “die horen hier”. De jeneverbes bijvoorbeeld, de eik, de linde. Sindsdien is er heel veel bijgekomen.
Vaak onbewust: bij de invoer van graan en wol vanaf de late Middeleeuwen kwamen er veel planten (en dieren) uit alle streken mee. Dat gebeurt nog steeds, met vrachtwagens en schepen. De meeste houden het niet vol in de koude winter, maar als een plant het enkele generaties volhoudt, is hij ingeburgerd. Die cicade van mijn broer is waarschijnlijk meegereisd in een vouwwagen en de tijd zal leren of hij inburgert.
Er zijn ook planten bewust ingevoerd. Zo plantten de Romeinen al erg veel, omdat ze andere eetgewoonten hadden. Het zevenblad hebben we aan hen te danken! Ze zaaiden het langs de wegen, zodat de soldaten altijd iets gezonds te eten hadden, naast de meegebrachte tamme kastanjes, walnoten en veel kruiden. De meeste van die planten konden uiteindelijk zelfstandig overleven en horen erbij. In voedselbossen worden nu heel wat planten en bomen van elders geplant vanwege hun heerlijke vruchten of bladeren. Een mooie aanvulling op ons assortiment.
Ook reizigers brachten en brengen planten mee, onze siertuinen staan er vol mee: de boerenhortensia is maar één voorbeeld. Ze zijn “niet van hier”, maar ze maken ons land wel erg kleurrijk. En dat is ook heel wat waard.
In gortdroge gele grasvelden en op de stoep vind je in de bloedhitte toch nog kleine polletjes mooi groen gras. Geheid sterke nieuwkomers die zich hebben gevestigd en nog wat fris groen brengen. Zij passen zich aan de hitte en droogte aan. Lekker laten staan, want een grasje met de naam Stijf Straatliefdegras trek je er toch niet uit?
Niet altijd wordt de nieuweling gewaardeerd: de Amerikaanse vogelkers leek mooi voor de aangeplante bossen, want veel mooier en groter dan de onze, maar eenmaal ingevoerd hadden we al gauw spijt en werd tevergeefs van alles ondernomen om hem te bestrijden. Inmiddels weten we beter hoe ermee om te gaan, maar helaas nog niet met de kleine minderheid lastpakken zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw.
De flora in ons land is een steeds veranderende multiculturele mengeling van planten die er al langer waren, die toevallig hier belandden, bewust op zoek gingen naar een betere plek om tot bloei te komen of zijn meegenomen. Als ze blijven en zich aanpassen, leven ze in harmonie met dat wat er al was en blijft de liefhebber steeds nieuwe pareltjes ontdekken.
“Er zijn zoveel kleine dingen die je zelf of samen kunt doen om onze natuur een handje te helpen en daarmee de biodiversiteit terug te brengen”, stelt Liesbeth Rischen. Zij wil in gesprek gaan met Hattemers die al anders dan vroeger met hun tuin omgaan en gaat op zoek naar antwoorden op vragen hierover, wil een schakel zijn en kennis doorgeven. Mail vragen, tips en suggesties naar: natuurhattem@gmail.com.


















