Afbeelding
Foto: Angela van Erven

‘De geschiedenis leren begrijpen’

· leestijd 3 minuten Algemeen

HATTEM - ‘De geschiedenis leren begrijpen’ . Dat is het thema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei dit jaar. Dit stond ook centraal in de toespraak die burgmeester Marleen Sanderse hield tijdens de bijeenkomst op 4 mei in de Andreaskerk.

Onderstaand de toespraak van de burgemeester:

“Vandaag staan we stil bij verhalen uit het verleden. Verhalen over oorlog, angst, verdriet en verlies. We luisteren naar deze verhalen, omdat we niet willen vergeten wat er is gebeurd. 

De Tweede Wereldoorlog ligt inmiddels meer dan een mensenleven achter ons. De generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt, wordt kleiner. Steeds minder mensen kunnen hun verhaal nog persoonlijk vertellen. Juist daarom is het belangrijk dat wij die verhalen blijven doorgeven. Maar het thema van dit jaar vraagt meer dan alleen luisteren. Het vraagt dat we proberen te begrijpen wat er gebeurde. Waarom het gebeurde. En hoe het zover kon komen. 

Want als de tijd verstrijkt, blijft vaak alleen het grote verhaal over. De hoofdlijnen. De feiten.

Maar de kleine verhalen, de twijfels, de keuzes, de context, die raken we kwijt.

Dat zagen we ook bij oorlogen die nog verder terug liggen. Van de 80-jarige oorlog zijn alleen de hoofdlijnen in de geschiedenisboeken overgebleven. De details, de achtergronden, de menselijke verhalen zijn vervaagd. Daardoor leren we er minder van.

 Onze uitdaging is om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, én van oorlogen daarna, levend te houden. Zó levend dat we er lessen uit blijven trekken. Dat vraagt dat we blijven kijken naar de achtergronden, de context en het ‘hoe en waarom’. 

Ik moest daaraan denken toen ik de serie Het Verhaal van Nederland op televisie zag. In één aflevering werd een Duitse militair ondergebracht bij een Nederlands gezin. Dat gezin wilde dat niet, maar had geen keuze. In het begin was iedereen in het gezin duidelijk tegen de Duitse soldaat. Maar langzaam veranderde er iets. De zoon van het gezin raakte steeds meer onder de indruk van de militair en van het fascistische gedachtengoed. Uiteindelijk pakte hij zijn koffer om zich aan te sluiten bij het Duitse leger. Zijn moeder en zus bleven huilend in de deuropening achter. De moeder was duidelijk in tweestrijd tussen de liefde voor haar kind en afkeer van zijn keuze. 

Over tien of twintig jaar zou zo’n verhaal misschien in een geschiedenisboek eindigen als: “Er waren goede Nederlanders en foute Nederlanders. Soms zelfs binnen één gezin.”  Maar dat is te simpel. 

Vandaag willen we juist begrijpen hoe zulke verschillen konden ontstaan. Wat maakte dat die zoon die keuze maakte? En wat kunnen wij daarvan leren voor nu?

De zoon nam niet van de ene op de andere dag een beslissing. Er werd ergens een klein zaadje geplant. Een gedachte, een gevoel, een verleiding. Iets dat onschuldig leek, maar dat uitgroeide tot iets gevaarlijks. 

De vraag is: wat zijn die zaadjes en hoe zien ze eruit? 

En: dwarrelen die zaadjes vandaag ook nog rond?

 De zoon uit de serie was geen bijzonder iemand. Hij was een gewone jongen. Een doorsnee burger. Iemand zoals u en ik.

 

De les die we uit dit verhaal kunnen trekken, is dat misschien iedereen vatbaar kan zijn voor verkeerde ideeën. Dat we allemaal alert moeten blijven. En dat we elkaar daarbij helpen. 

Het gaat erom dat we leren de verkeerde zaadjes te herkennen.

Helaas zijn er voorbeelden genoeg.

We zien dat geweld en bedreigingen als gevolg van politieke besluiten aan de orde van de dag zijn.

We zien dat bijna een kwart van de jongeren twijfelt aan de ernst van de Holocaust.

We zien dat in landen om ons heen wordt getornd aan het functioneren van de rechtsstaat.

We zien afnemende tolerantie richting minderheden. 

Dat zijn allemaal ontwikkelingen die we zonder twijfel ‘fout’ kunnen noemen.

Maar de vraag is: wat is het zaadje? 

Is het angst?

Is het frustratie?

Is het afgunst?

Zijn het dezelfde zaadjes als ruim tachtig jaar geleden? 

In ieder geval gaat het vaak over afkeer van een groep mensen.

Over ‘wij’ tegenover ‘zij’.

Over polarisatie.

En opvallend genoeg zijn de mensen die zich schuldig maken aan bedreigingen, haat of uitsluiting vaak gewone burgers. Geen mensen waarvan je meteen zou zeggen: “Dat is een slecht persoon.”

Het zijn mensen zoals de zoon uit de serie.

Mensen zoals onze buren, familieleden, collega’s. 

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wijst ook op de rol van de doorsnee burger in de oorlog.

Ambtenaren die registers bijhielden.

Spoorwegpersoneel dat treinen lieten rijden.

Maar ook mensen die wegkeken en mensen die zwegen.

Niet altijd uit overtuiging, maar soms uit angst, gemak of onverschilligheid. 

De gevoelens die toen speelden, zien we nu opnieuw: angst, pessimisme, onverdraagzaamheid, frustratie, nationalisme, het aanwijzen van zondebokken.

Overal kunnen deze zaadjes wortel schieten.

Ook in onze eigen omgeving. 

Daarom is de vraag van 4 mei niet: “Hoe zou ik toen hebben gehandeld?” 

Want die vraag kunnen we niet beantwoorden. 

De echte vraag is: “Hoe handel ik nú?” 

Ga ik het ongemakkelijke gesprek aan met mijn neef, mijn vriendin, mijn buurman?

Of blijf ik stil?

Ben ik bereid om eerst te luisteren, om te begrijpen waar iemands angst of boosheid vandaan komt?

En kan ik daarna helpen om het gesprek weer menselijk te maken? 

Vandaag staan we stil bij de vreselijke gevolgen van verkeerde zaadjes.

Bij het leed dat is geleden.

Bij de miljoenen slachtoffers.

Bij de mensen die nog steeds pijn dragen, ook nu nog.

 We zien dat er vandaag, in deze tijd, opnieuw onschuldige burgers lijden door oorlog en geweld. Ver weg, maar ook dichtbij.

Dat maakt de lessen van toen nog urgenter.

 Laten we daarom blijven luisteren.

Blijven leren.

En vooral: blijven handelen naar wat we hebben geleerd.

 Opdat wij niet vergeten.


 

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie