Afbeelding

Commissie kritisch op gang van zaken Hoenwaardseweg 17

· leestijd 5 minuten Algemeen

HATTEM - De gemeenteraad buigt zich op 1 juni over een omgevingsvergunning voor het perceel aan de Hoenwaardseweg 17. Het onderwerp werd vorige week al besproken in de commissievergadering. Het is aan de raad om een definitief oordeel te geven om al dan niet een positief bindend advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het plan aan de Hoenwaardseweg.

Vergunning

Verder speelt mee dat voor het project nog een aparte vergunning nodig in het kader van Natura 2000. Volgens provincie Gelderland en de omgevingsdienst moet die vergunning uiterlijk vóór 1 januari 2030 zijn verkregen. Indien geen natuurvergunning wordt verleend, bestaat het risico dat de vergunning na 2030 niet geldig meer is en de betreffende functies vanaf dat moment niet meer mogen worden voortgezet.

De VVD had voorafgaand aan de commissievergadering aangegeven niet mee te doen met het debat omdat de initiatiefnemer op de kandidatenlijst van de VVD stond voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Centraal staat een agrarisch bedrijf in de Hoenwaard waar in 2020 vergunning werd verleend voor de bouw van een nieuwe stal. Die stal werd in 2024 gerealiseerd. Een jaar later bleek echter dat de uiteindelijke uitvoering op meerdere punten afweek van de verleende vergunning en van het geldende omgevingsplan.

Zo is de stal anders gepositioneerd dan oorspronkelijk toegestaan, mede door de aanleg van een kalverstrand. Daarnaast zijn in het gebouw een brasserie en een ontvangstruimte gerealiseerd. Volgens de gemeente passen deze functies niet binnen het huidige bestemmingsplan voor het uiterwaardengebied. Ook voor de reeds opgehoogde gronden ter plaatse van het kalverstrand is een omgevingsvergunning vereist.

Juridisch

Verder blijkt dat door de gemeente bij de vergunningverlening in 2020 een onjuiste berekening is gemaakt van de totale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Uiteindelijk is circa 14 procent meer bebouwing gerealiseerd dan op basis van het omgevingsplan is toegestaan. Destijds werd uitgegaan van een uitbreiding van 7 procent, wat nog binnen de toegestane afwijkingsmarge viel.

Om de bestaande situatie alsnog juridisch mogelijk te maken, heeft de initiatiefnemer een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd. Omdat het plan niet past binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan “Buitengebied Uiterwaarden”, moet de gemeente gebruikmaken van een zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) onder de Omgevingswet.

Het college stelt de raad voor om een positief advies af te geven. In het raadsvoorstel staat dat het plan aansluit bij de Omgevingsvisie Hattem, waarin behoud van het karakteristieke cultuurlandschap van de Hoenwaard centraal staat, gecombineerd met ruimte voor landbouw, natuur en recreatie. De brasserie en ontvangstruimte worden daarbij gezien als ondergeschikte nevenactiviteiten die bijdragen aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

Daarnaast wijst het college erop dat ter compensatie een naastgelegen stierenstal wordt gesloopt en kleiner wordt herbouwd. Ook zou het plan bijdragen aan recreatie en toerisme in het gebied.

De ambtelijke kosten worden door middel van de legesverordening verhaald op de initiatiefnemers. Daarnaast wordt eventuele nadeelcompensatie, inclusief planschade, verhaald via een afgesloten anterieure overeenkomst. Het plan heeft daardoor volgens het college geen financiële consequenties voor de gemeente.

Kritisch

Tijdens de commissiebehandeling bleek dat vrijwel alle partijen moeite hebben met de manier waarop het proces is verlopen. Meerdere commissieleden vroegen zich af hoe het heeft kunnen gebeuren dat gebouwd werd, terwijl later bleek dat de vergunning niet volledig op orde was. Ook leefde breed de zorg over mogelijke precedentwerking.

Tegelijkertijd werd benadrukt dat de onderneming onderdeel was van het gebiedsproces Hoenwaard 2030, waarin overheden samenwerkten aan toekomstperspectief voor het uiterwaardengebied langs de IJssel. Dat proces kwam echter onder druk te staan nadat de provincie Gelderland in 2025 besloot te stoppen met het project. Volgens de provincie droeg de beoogde natuurinrichting onvoldoende bij aan de stikstofopgaven, waarna de focus werd verlegd naar andere gebiedsprocessen.

Commissie

Judith van Duinen benadrukte namens het CDA dat haar partij de agrarische sector een warm hart toedraagt en dat ondernemers perspectief moeten houden. Volgens haar zijn toevoegingen waar inwoners en toeristen van profiteren waardevol en geldt het bedrijf als voorbeeldproject vanuit het Rijk. Tegelijkertijd was het CDA kritisch op het verloop van het proces en de afwijkingen van de oorspronkelijke vergunning. Van Duinen stelde dat iedere toekomstige aanvraag afzonderlijk en zorgvuldig beoordeeld moet worden om precedentwerking te voorkomen. Wel sprak zij waardering uit voor de manier waarop college en ambtenaren naar oplossingen hebben gezocht en noemde zij het dossier een leerproces voor de toekomst.

Harry Engelsman zei namens HattemCentraal “positief kritisch” tegenover de BOPA te staan. Hij gaf aan te worstelen met de situatie als geheel. Volgens Engelsman moeten initiatieven van ondernemers worden ondersteund, maar wel binnen de geldende regelgeving. Hij vond het ongelukkig dat de raad pas in een laat stadium bij het dossier werd betrokken en waarschuwde ervoor dat het beeld ontstaat dat in Hattem eerst gebouwd kan worden en daarna pas toestemming wordt geregeld.

Namens de ChristenUnie gaf Elze van der Minne aan dat de gang van zaken niet wenselijk is en dat gekeken moet worden hoe dit in de toekomst kan worden voorkomen. Tegelijkertijd sprak zij waardering uit voor de natuurboerderij, die volgens haar landelijke aandacht genereert en een plek is waar mens, dier en natuur samenkomen. Van der Minne stelde de vraag wat voor gemeente Hattem wil zijn en vond dat ondernemers perspectief moeten krijgen, mits de juiste juridische procedures worden gevolgd. Ook zij benadrukte dat deze reparatie geen vrijbrief mag zijn om later vaker vergunningen achteraf te legaliseren.

Passend

Tony Keizer was kritischer. Hij vroeg zich af waarom de uitbreiding uit 2020 pas nu bij de raad terechtkomt en waarom tijdens de bouw niet eerder is gecontroleerd. Daarnaast stelde hij vragen over de stikstofberekeningen, de verkeersbewegingen en de effecten van de brasserie op het Natura 2000-gebied. Volgens Keizer is onduidelijk of een horecafunctie wel past binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie. Ook wees hij op mogelijke overlast door extra verkeer, verlichting en activiteiten in de avonduren in het open uiterwaardengebied.

Ook André Borst uitte stevige kritiek. Hij vroeg waarom geen bouwstop werd opgelegd toen bleek dat niet volgens de vergunning werd gebouwd. Borst wilde weten of er vooraf toezeggingen waren gedaan door het college en stelde vragen over de gevolgen voor Natura 2000, omwonenden en verkeersdrukte. Verder zette hij vraagtekens bij de gekozen procedure via een BOPA en vroeg hij zich af of niet beter een uitgebreide omgevingsplanwijziging had kunnen worden gevolgd, zodat belanghebbenden zienswijzen hadden kunnen indienen. Volgens Borst moeten raadsleden hun controlerende taak serieus nemen en moet de besluitvorming uitlegbaar blijven richting inwoners.

Erwin Kwakkel onderstreepte eveneens de zorg over precedentwerking en stelde dat het proces niet is verlopen zoals de raad dat graag had gezien.

Perspectief

Wethouder Koen Castelein stelde dat dit dossier draait om perspectief bieden aan ondernemers in een gebied waar het proces Hoenwaard 2030 juist bedoeld was om toekomstmogelijkheden te creëren voor bewoners en agrariërs. Door het besluit van de provincie Gelderland om te stoppen met Hoenwaard 2030 viel volgens de wethouder een belangrijk deel van dat perspectief weg.

Castelein benadrukte dat agrarische bedrijven tegenwoordig werken met ondergeschikte nevenactiviteiten, zoals recreatie en horeca, om economisch toekomstbestendig te blijven. Hij gaf aan dat tijdens controles is vastgesteld dat meer activiteiten plaatsvonden dan binnen de oorspronkelijke vergunning mogelijk was. Daarna volgde een lange zoektocht naar een juridisch houdbare oplossing voor een project in een bijzonder natuurgebied waarbij Rijkswaterstaat en de provincie hebben aangegeven geen belemmeringen te zien.

Volgens de wethouder zijn vooraf geen toezeggingen gedaan aan de ondernemer. Ook stelde hij niet bang te zijn voor een precedentwerking, omdat het beleidskader niet verandert en de bebouwingsmogelijkheden in het uiterwaardengebied beperkt blijven.

Wanneer de gemeenteraad groen licht geeft, kan de vergunning worden verleend voor het aanpassen van de eerder verleende vergunning voor de nieuwgebouwde stal, de realisatie en het gebruik van een brasserie en ontvangstruimte, en het ophogen van de gronden bij het kalverstrand. Zodra de vergunning is verleend, treedt deze direct in werking en mogen de nieuwe activiteiten worden uitgeoefend.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.