Afbeelding
Foto: Angela van Erven

Feestelijke onthulling muurgedicht Hendrik Jan Agterhuis

· leestijd 1 minuut Algemeen

HATTEM – In de Eerste Steeg is zaterdagmorgen een bijzonder stukje Hattemse cultuur officieel onthuld. Op de zijmuur van het pand aan de Ridderstraat 7 prijkt sinds kort een groot muurkunstwerk met een gedicht van de Hattemer dichter Hendrik Jan Agterhuis (1894-1980). Burgemeester Marleen Sanderse verrichtte samen met initiatiefnemer Henri van de Vosse en de familie van Olst de officiële onthulling tijdens de Meimaand Kunstmaand.

Met het nieuwe muurgedicht wordt een ode gebracht aan het Hattems dialect, de geschiedenis van de stad en het karakter van haar bewoners. Het initiatief komt van de Werkgroep Dialect van Heemkunde Hattem. Kartrekker achter het project is Henri van de Vosse, kleinzoon van dichter Hendrik Jan Agterhuis.

Het kunstwerk is speciaal vervaardigd met een print op de muur dat water afneembaar en kras vast is. Daarover is een beschermende coating geplaatst, waardoor het gedicht de komende jaren het straatbeeld van Hattem kan blijven sieren.

Bijzonder aan het project is ook de illustratie die het gedicht begeleidt. Kunstenares Sandra Holtman, maakte deze speciaal voor dit project. Zij kreeg daarvoor twee historische foto’s aangereikt. Een foto van het pand zelf en een afbeelding van Marre en Frans van Olst, kinderen die vroeger in het pand woonden. Op verzoek van Henri van de Vosse verwerkte Holtman deze beelden tot een sfeervolle illustratie die perfect aansluit bij het nostalgische karakter van het gedicht.

Het kunstproject kwam tot stand dankzij een subsidie van Cultuurplein Veluwe.

Na de officiële onthulling werden bezoekers door de Werkgroep Dialect van Heemkunde Hattem getrakteerd op koffie en thee, uiteraard geserveerd met een echt Hattems “bitterkukie”.

Harry Zwerus speelde op zijn accordeon een zelfgeschreven lied over Hattem dat door de aanwezigen in het ‘Attems’ werd meegezongen.

Gedicht dat staat op het nieuwe muurkunstwerk:

Noe is t’r in Attem nog iene straote,
De nàme stiet gien mènse an,
Ai die nàme uut ’eurt sprèken,
Schrik-ie d’r gewoonweg van.

Ai noe deur de Ridderstraote kuiert,
En ie blief veur de eerste stege staon,
Dan kuj’ op een iezeren plaetien
“Knorrenburgerstraat” zien staon.

Dan denk ik vake: woont daor noe
and’re mènsen
As in ’t and’re deel van onze stad,
Bint die altied ontevrènde,
’Eb die noe soms altied wat?
Bint dat soms iew’ge pessimisten,
Altied gemopper en geklier?

Riedt ze altied op ’n brommer
En nooit is in een Jan Plezier?
Heb ze daor altied bitterkùkies
’Bi’j de koffie of de thee?
’Eb ze daor nooit is ’n grappien,
Valt ’t lèven daor niet mee?

Woont daor noe ’n orig meisien,
En ’eur vent schrif heur ’n brief,
As’e dan ’t adres mut schrieven,
Gaot ’um de griezels over ’t lief.

Lees verder in de krant van volgende week.

v.l.n.r. Henri van de Vosse, Sandra Holtman, burgemeester Sanderse en Wim en Ans van Olst.
Harry Zwerus speelde op zijn accordeon een zelfgeschreven lied over Hattem dat door de aanwezigen in het ‘Attems’ werd meegezongen.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.